pimsysteem.nl
Productdata beheren

Datakwaliteit meten en verbeteren: regels, scores en dashboards

Kort antwoord

Productdatakwaliteit meet u langs zes dimensies: volledigheid, juistheid, consistentie, actualiteit, uniciteit en conformiteit. Vertaal elke dimensie naar concrete validatieregels in het PIM-systeem, bereken een completeness-score per kanaal en taal, en blokkeer publicatie onder een vastgestelde drempel. Een maandelijks dashboard met trends en een vaste verbetercyclus houden de kwaliteit op peil.

Meet productdatakwaliteit met regels die het PIM-systeem automatisch controleert, en stuur op een paar scores die iedereen begrijpt. Gebruik zes dimensies als kader, maak elke dimensie concreet in validatieregels, bereken een completeness-score per kanaal en taal en blokkeer publicatie onder een afgesproken drempel. Een maandelijks dashboard en een vaste verbetercyclus zorgen dat de kwaliteit niet terugzakt.

Waarom kwaliteit telt voor conversie en retouren leest u in productdatakwaliteit. Dit artikel gaat over het meten en verbeteren zelf.

Welke dimensies van datakwaliteit meet u?

In de literatuur over datakwaliteit circuleren honderden dimensies; het Wikipedia-overzicht noemt bijna 200 termen, met weinig overeenstemming over definities. Voor productdata werken zes dimensies goed, omdat u ze elk in een controleerbare regel kunt vertalen.

Dimensie Vraag Voorbeeld van een fout Meetbaar via
Volledigheid Zijn alle verplichte velden gevuld? Geen Duitse titel voor het Duitse kanaal Completeness-score
Juistheid Klopt de waarde met de werkelijkheid? Gewicht 5000 kg in plaats van 5 kg Bereikregels, steekproeven
Consistentie Is dezelfde informatie overal gelijk vastgelegd? "RVS", "rvs" en "roestvast staal" naast elkaar Keuzelijsten, formaatregels
Actualiteit Is de data bijgewerkt? Uitlopend product nog als leverbaar getoond Leeftijd van velden, sync-status
Uniciteit Bestaat elk product één keer? Twee records met dezelfde GTIN Duplicaatcontrole
Conformiteit Voldoet de data aan standaard en kanaaleis? Ontbrekende GPC-code voor de datapool Kanaalvalidatie

Welke validatieregels stelt u in?

Een validatieregel is een controle die het PIM-systeem uitvoert bij import, bij bewerking en vlak voor publicatie. Leg elke regel vast met dimensie, ernst en actie. Onderstaande regels zijn een startset; de grenswaarden zijn voorbeelden die u per assortiment bepaalt.

Regel Dimensie Ernst Actie
GTIN heeft 8, 12, 13 of 14 cijfers en een geldig controlecijfer Juistheid Blokkerend Publicatie geweigerd
GTIN komt maar één keer voor Uniciteit Blokkerend Import gemarkeerd
Netto gewicht tussen 0,001 en 1000 kg, eenheid kg Juistheid Blokkerend Veld afgekeurd
Kleur komt uit de keuzelijst Consistentie Blokkerend Invoer geweigerd
Hoofdfoto aanwezig met minimale resolutie Volledigheid Blokkerend voor webshop Publicatie geweigerd
Titel tussen 30 en 150 tekens per taal Conformiteit Waarschuwing Taak voor marketing
Beschrijving niet gelijk aan die van een ander product Uniciteit Waarschuwing Taak voor redactie
Prijs of leverstatus niet ouder dan 24 uur Actualiteit Waarschuwing Melding aan integratiebeheer

Twee aandachtspunten. Het GTIN-controlecijfer berekent u volgens de methode van GS1: vermenigvuldig de cijfers van rechts naar links (zonder het controlecijfer) afwisselend met gewichten 3 en 1, tel de uitkomsten op en trek de som af van het eerstvolgende gelijke of hogere tienvoud. Een geldig controlecijfer bewijst alleen dat de code goed is getypt; of hij bij het juiste product hoort, controleert u bij de leverancier. En bij een wijziging van een fysieke afmeting of het brutogewicht van meer dan 20 procent schrijven de GS1-regels een nieuwe GTIN voor. Laat het PIM-systeem zulke wijzigingen signaleren.

Verplichte wettelijke informatie hoort ook in uw regels. Denk aan productveiligheidsinformatie onder de GPSR of allergenen bij levensmiddelen.

Hoe berekent u een completeness-score?

Een completeness-score is het aandeel verplichte attributen dat is ingevuld. Bereken de score per product, per kanaal en per taal, want elk kanaal heeft andere verplichte velden.

Rekenvoorbeeld: een bureaustoel heeft voor de eigen webshop 20 verplichte attributen, waarvan 17 gevuld. Score webshop: 17 / 20 = 85 procent. Voor bol zijn 24 attributen verplicht, waarvan 18 gevuld: 75 procent. De Duitse vertaling ontbreekt, dus voor het Duitse kanaal is de score lager.

Werk met twee lagen:

  1. Harde score: alleen de verplichte velden. Koppel daar een publicatiedrempel aan, bijvoorbeeld 100 procent voor blokkerende velden.
  2. Zachte score: verplichte plus aanbevolen velden. Gebruik die om verrijkingswerk te prioriteren.

Hoe kiest u de drempels?

Er bestaat geen algemene norm voor een goede score; drempels zijn een afspraak tussen de data-eigenaar en de kanalen. Een werkbare aanpak (indicatief):

  • Blokkerende velden voor een kanaal: altijd 100 procent, anders gaat het product niet live.
  • Aanbevolen velden voor hardlopers en nieuwe introducties: een hoger doel dan voor de lange staart van het assortiment.
  • Nieuwe kanalen of talen: start met een lager doel en verhoog dat per kwartaal.

Leg elke drempel vast met de reden en de eigenaar, zodat een team weet waarom een product wordt tegengehouden. Pas een drempel alleen aan via het governance-overleg.

Een hoge completeness-score met foute waarden is waardeloos. Rapporteer daarom altijd ook het percentage producten dat alle validatieregels doorstaat.

Wat hoort er op een datakwaliteitsdashboard?

Een dashboard voor productdatakwaliteit toont trends en aanwijsbare oorzaken. Neem minimaal deze onderdelen op:

  • Gemiddelde harde completeness-score per kanaal en per taal, met trend over de laatste maanden.
  • Percentage producten dat alle blokkerende regels doorstaat.
  • Top tien regels met de meeste overtredingen.
  • Score per productfamilie en per leverancier, om de bron van fouten te vinden.
  • Aantal producten per workflowstatus en de gemiddelde doorlooptijd tot publicatie.

Leveranciersdata is vaak de grootste bron van fouten. Meet daarom per leverancier en geef gerichte feedback, zoals beschreven in leveranciersdata onboarden. Voor gegevens in GS1 Data Source biedt GS1 Nederland een Data Quality Membership met rapportages en advies, en met GS1 Data SelfCheck kunnen bedrijven zich laten certificeren om logistieke of labelinformatie zelf te controleren.

Hoe verbetert u datakwaliteit structureel?

Gebruik een vaste cyclus van vijf stappen:

  1. Meet de uitgangssituatie met scores en regelrapporten.
  2. Analyseer de oorzaak. Een structurele oorzaak zit in het datamodel of de bron (een ontbrekend attribuut, een slechte leveranciersfeed). Een operationele oorzaak zit in het proces (verrijking niet afgerond).
  3. Verbeter gericht: een verrijkingssprint per familie, een aangepaste importmapping of een nieuwe keuzelijst.
  4. Controleer of de scores stijgen en het aantal overtredingen daalt.
  5. Borg het resultaat in een strengere regel, een aangepaste workflowstap of een afspraak met de leverancier.

Kwaliteit wordt pas een prioriteit als iemand erop wordt aangesproken. Leg eigenaarschap en drempels vast in uw governance en koppel de drempels aan de overgangen in uw workflows.

Belangrijkste punten

  • Meet productdata langs zes dimensies en vertaal elke dimensie naar controleerbare regels.
  • Leg per regel dimensie, ernst en actie vast, en laat regels draaien bij import, bewerking en publicatie.
  • Bereken completeness per product, kanaal en taal, en rapporteer daarnaast het percentage producten dat alle regels doorstaat.
  • Valideer GTIN's op lengte, controlecijfer en uniciteit, en signaleer wijzigingen die volgens GS1 een nieuwe GTIN vereisen.
  • Verbeter in een vaste cyclus en borg elke verbetering in een regel, workflow of leveranciersafspraak.

Veelgestelde vragen

Wat is een completeness-score in PIM?

Een completeness-score is het percentage verplichte attributen dat voor een product is ingevuld, berekend per kanaal en per taal. Als een product voor de webshop twintig verplichte velden heeft en er zeventien gevuld zijn, is de score 85 procent. De score laat zien wat ontbreekt; of de ingevulde waarden juist zijn, toetst u met aparte validatieregels.

Welke validatieregels moet ik als eerste instellen?

Begin met regels die publicatiefouten voorkomen: een geldige GTIN met correct controlecijfer, een unieke GTIN per product, een verplichte hoofdfoto, gewicht en afmetingen binnen een realistisch bereik met vaste eenheid, en een verplichte titel per taal. Breid daarna uit met regels per productfamilie en per kanaal, zoals verplichte technische kenmerken of veiligheidsinformatie.

Hoe controleer ik of een GTIN geldig is?

Controleer de lengte (8, 12, 13 of 14 cijfers), het controlecijfer en de uniciteit in uw eigen bestand. GS1 beschrijft de berekening: vermenigvuldig de cijfers afwisselend met 3 en 1 van rechts naar links (het controlecijfer niet meegerekend), tel op en trek de som af van het eerstvolgende tienvoud. Een geldig controlecijfer bewijst niet dat de code bij uw product hoort.

Hoe vaak moet ik datakwaliteit rapporteren?

Laat validatieregels continu draaien bij import, bewerking en publicatie, zodat fouten direct zichtbaar zijn. Bespreek een dashboard met trends maandelijks in het governance-overleg met data-eigenaren en data stewards. Rapporteer extra bij grote gebeurtenissen, zoals een nieuwe leverancier, een nieuw kanaal of een seizoenswissel.

Begrippen in dit artikel

Verder lezen