pimsysteem.nl
Productdata beheren

Een productdatamodel opzetten: families, attributen en varianten

Kort antwoord

Een productdatamodel legt vast welke productfamilies u kent, welke attributen elke familie heeft, welk type en welke regels elk attribuut krijgt en hoe varianten en relaties zijn opgebouwd. Ontwerp het vanuit de eisen van uw kanalen, sla eenheden en keuzelijsten gestructureerd op en wijs per attribuut een eigenaar aan. Dan blijven import, validatie en publicatie beheersbaar.

Een goed productdatamodel bepaalt of uw PIM-systeem werkt. Het legt vast welke productfamilies u onderscheidt, welke attributen bij elke familie horen, welk type en welke regels elk attribuut heeft en hoe varianten en relaties zijn opgebouwd. Ontwerp het vanuit wat uw kanalen vragen, sla eenheden en keuzelijsten gestructureerd op en wijs per attribuut een eigenaar aan.

Import, verrijking, validatie en publicatie lezen allemaal uit dit model. Een fout in het model herhaalt zich daardoor in elk product en elk kanaal. Dit artikel geeft u de bouwstenen, een uitgewerkte voorbeeldfamilie en een stappenplan dat u vandaag kunt toepassen.

Wat is een productdatamodel?

Een datamodel voor productinformatie beschrijft de structuur van uw productdata. Het bestaat uit vijf onderdelen:

  • Productfamilies: groepen producten met dezelfde set attributen, zoals boormachines of bureaustoelen.
  • Attributen: de afzonderlijke gegevensvelden, elk met een type, eenheid en regels.
  • Attribuutgroepen: bundels van verwante attributen voor de gebruikersinterface en rechten.
  • Varianten: de opbouw van een moederproduct met kinderen die verschillen in bijvoorbeeld kleur of maat.
  • Relaties: koppelingen tussen producten, zoals accessoires, onderdelen en opvolgers.

Het datamodel staat los van de navigatie in uw webshop. De klantgerichte indeling ontwerpt u in een producttaxonomie, en de koppeling met branchestandaarden zoals ETIM en GS1 GPC legt u daarnaast vast.

Uit welke bouwstenen bestaat het model?

Productfamilies

In de meeste PIM-systemen bepaalt de familie welke attributen een product krijgt. In Akeneo is een familie volgens de documentatie een set attributen die producten in die familie delen, en hoort een product bij precies één familie. Andere systemen gebruiken termen als productklasse of template, met hetzelfde principe.

Begin bij de groepering die uw organisatie al gebruikt, bijvoorbeeld de artikelgroepen uit het ERP-systeem. Voeg groepen samen als ze vrijwel dezelfde attributen hebben. Splits een groep als een groot deel van de attributen voor een deel van de producten niet relevant is.

Attributen en attribuuttypen

Kies voor elk attribuut het strengste type dat past. Een keuzelijst voorkomt dat "rood", "Rood" en "red" naast elkaar bestaan. Een getal met eenheid voorkomt verwarring tussen millimeter en centimeter.

Type Voorbeeld Typische regel
Identificatie GTIN, artikelnummer Uniek, GTIN met geldig controlecijfer
Korte tekst Producttitel Maximaal aantal tekens per kanaal
Lange tekst Productbeschrijving Verplicht per taal, opmaak beperkt
Enkelvoudige keuzelijst Kleur, materiaal Alleen waarden uit de lijst
Meervoudige keuzelijst Geschikt voor ondergrond Eén of meer waarden uit de lijst
Getal met eenheid Gewicht, lengte, vermogen Eenheid vast, bereik met minimum en maximum
Ja/nee Accu inbegrepen Verplicht ingevuld, geen lege waarde
Datum Introductiedatum Niet in het verleden bij nieuwe producten
Media Productfoto, handleiding Formaat en minimale resolutie

Bepaal per attribuut ook twee eigenschappen: is de waarde taalafhankelijk (beschrijving) of universeel (gewicht), en verschilt ze per kanaal (titel voor bol en voor de eigen webshop) of is ze overal gelijk. Neem die beslissing bij het ontwerp, want achteraf omzetten raakt elk bestaand product. Meer hierover leest u in meertalige productdata beheren.

Attribuutgroepen

Een attribuutgroep ordent het invoerscherm en de rechten, bijvoorbeeld basisgegevens, marketing, techniek, logistiek, compliance en media. Koppel elke groep aan één verantwoordelijk team. Dan ziet een marketeer zijn velden bij elkaar en kan de logistieke afdeling alleen haar eigen groep wijzigen.

Hoe ziet een uitgewerkte productfamilie eruit?

Een voorbeeld voor de familie "Accuboormachines" bij een groothandel die levert aan de eigen webshop, bol en zakelijke afnemers. De verplichtingen per kanaal zijn een ontwerpkeuze van dit voorbeeld.

Attribuut Type Eenheid of lijst Webshop bol B2B-export Eigenaar
GTIN Identificatie 13 cijfers Verplicht Verplicht Verplicht Inkoop
Merk Keuzelijst Merkenlijst Verplicht Verplicht Verplicht Inkoop
Accuspanning Getal V Verplicht Verplicht Verplicht Productspecialist
Max. draaimoment Getal Nm Verplicht Optioneel Verplicht Productspecialist
Accu inbegrepen Ja/nee Verplicht Verplicht Verplicht Productspecialist
Gewicht met accu Getal kg Optioneel Verplicht Verplicht Logistiek
Producttitel Korte tekst Per taal Verplicht Verplicht Optioneel Marketing
Hoofdfoto Media Minimale resolutie Verplicht Verplicht Optioneel Marketing

Met zo'n tabel per familie weet iedereen wat verplicht is, voor welk kanaal en wie de waarde levert. Dezelfde tabel is de basis voor uw completeness-regels in datakwaliteit meten en verbeteren.

Hoe modelleert u varianten?

Een variant is een verkoopbare uitvoering van een moederproduct. Een T-shirt in drie kleuren en vijf maten levert vijftien varianten op, elk met een eigen SKU en GTIN. De kenmerken waarop varianten verschillen heten variantassen.

Plaats elk attribuut op het hoogste niveau waar de waarde voor alle onderliggende varianten gelijk is. Materiaal en wasvoorschrift horen bij het moederproduct, kleur en kleurfoto bij het kleurniveau, maat en GTIN bij de variant. U vult gedeelde informatie dan één keer in. Akeneo ondersteunt volgens de documentatie tot drie niveaus: twee niveaus van productmodellen plus de variant zelf.

Let op identificatie. Volgens de GS1-regels vraagt een wijziging van een fysieke afmeting of het brutogewicht van meer dan 20 procent om een nieuwe GTIN. Modelleer zo'n wijziging als nieuw product of nieuwe variant, en leg de relatie met de voorganger vast.

Welke productrelaties legt u vast?

Leg relaties vast als getypeerde koppelingen, zodat elk kanaal de juiste soort kan ophalen:

  • Accessoire: boorbitset bij een accuboormachine.
  • Onderdeel of verbruiksartikel: vervangende accu.
  • Opvolger: het nieuwe model dat een uitlopend model vervangt.
  • Bundel: een set die als één artikel wordt verkocht, met verwijzing naar de onderdelen.
  • Alternatief: een vergelijkbaar product in een andere prijsklasse.

Hoe pakt u het ontwerp aan?

  1. Inventariseer de outputeisen. Verzamel de attribuutlijsten van uw webshop, marktplaatsen, Google Merchant Center, datapools en zakelijke afnemers. Google accepteert voor de productcategorie bijvoorbeeld een ID of een volledig pad uit de eigen taxonomie.
  2. Kies de familie-indeling. Begin bij de bestaande artikelgroepen en voeg samen of splits op basis van overlap in attributen.
  3. Definieer attributen. Leg per attribuut code, label, type, eenheid, keuzelijst, taal- en kanaalafhankelijkheid vast.
  4. Leg regels vast. Bepaal per kanaal wat verplicht is en welke validaties gelden.
  5. Wijs eigenaren toe. Eén team per attribuutgroep, met een vervanger.
  6. Test met echte data. Laad per familie een representatieve set producten, bijvoorbeeld uit de datamigratie, en kijk welke velden leeg blijven of niet passen.
  7. Documenteer en beheer wijzigingen. Een nieuw attribuut gaat via een vast wijzigingsverzoek met een benoemde beslisser.

Vermijd drie bekende fouten. Neem het ERP-model niet één op één over, want dat is ingericht op inkoop en facturatie; lees daarover meer in PIM en ERP koppelen. Leg niet alles vast wat denkbaar is, want lege attributen verlagen elke kwaliteitsscore. En zet eenheden nooit in vrije tekst zoals "150 cm" in één veld, want dan kunt u niet filteren, omrekenen of valideren.

Belangrijkste punten

  • Een productdatamodel bestaat uit families, attributen, attribuutgroepen, varianten en relaties.
  • Ontwerp vanuit de eisen van uw kanalen en leg per attribuut type, eenheid, regels en eigenaar vast.
  • Plaats variantattributen op het hoogste niveau waar ze voor alle onderliggende uitvoeringen gelijk zijn.
  • Beslis bij het ontwerp welke attributen taal- en kanaalafhankelijk zijn.
  • Test het model met echte productdata voordat u het breed uitrolt.

Veelgestelde vragen

Wat is een productdatamodel in een PIM-systeem?

Een productdatamodel is de vastgelegde structuur van uw productinformatie: de productfamilies, de attributen per familie, het type en de toegestane waarden van elk attribuut, de opbouw van varianten en de relaties tussen producten. Het PIM-systeem gebruikt dat model om invoer te valideren, completeness te berekenen en per kanaal de juiste velden te exporteren.

Hoeveel attributen heeft een productfamilie nodig?

Zoveel als uw kanalen en klanten aantoonbaar gebruiken, en niet meer. Leg per attribuut vast welk kanaal of welke afnemer het vraagt. Een attribuut zonder afnemer blijft in de praktijk leeg en verlaagt uw completeness-score zonder dat iemand de waarde mist. Het juiste aantal verschilt sterk per assortiment, dus een vaste norm bestaat niet.

Wat is het verschil tussen een attribuut en een attribuutgroep?

Een attribuut is één gegevensveld, zoals netto gewicht of kleur, met een type en validatieregels. Een attribuutgroep bundelt verwante attributen, zoals logistiek of technische specificaties, zodat gebruikers ze in het invoerscherm bij elkaar vinden. Groepen ordenen de gebruikersinterface en rechten; aan de datastructuur zelf veranderen ze niets.

Kan ik het datamodel van mijn ERP-systeem overnemen in het PIM?

Neem de identificerende en logistieke velden uit het ERP-systeem over, want die blijven daar leidend. Ontwerp de families en commerciële attributen opnieuw vanuit uw kanalen. Een ERP-model is ingericht op inkoop, voorraad en facturatie en mist meestal de beschrijvende, meertalige en kanaalspecifieke velden die een webshop of marktplaats nodig heeft.

Begrippen in dit artikel

Verder lezen