Kort antwoord
De Ecodesignverordening ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) is sinds 18 juli 2024 in werking en geldt voor bijna alle fysieke producten. Concrete producteisen volgen per productgroep via gedelegeerde handelingen; het werkplan van 16 april 2025 noemt onder meer ijzer en staal, textiel, banden, aluminium, meubels en matrassen. Grote ondernemingen mogen sinds 19 juli 2026 onverkochte kleding en schoenen niet meer vernietigen.
De Ecodesignverordening ESPR (Ecodesign for Sustainable Products Regulation), Verordening (EU) 2024/1781, is sinds 18 juli 2024 in werking en geldt voor bijna alle fysieke producten. Zelf bevat de verordening vooral het kader. De concrete eisen, en daarmee de productdata die u moet leveren, volgen per productgroep via gedelegeerde handelingen. Eén verplichting geldt al direct voor de fashionbranche: grote ondernemingen mogen sinds 19 juli 2026 onverkochte kleding en schoenen niet meer vernietigen.
Dit artikel behandelt wat de ESPR regelt, de tijdlijn, het werkplan en de productdata die u nu kunt voorbereiden. Niet elke datum hebben wij in de verordeningstekst zelf kunnen nalezen; waar dat zo is, staat het erbij. Het is algemene informatie en geen juridisch advies.
Wat regelt de ESPR?
De ESPR vervangt Richtlijn 2009/125/EG en breidt ecodesign uit van energiegerelateerde producten naar bijna alle fysieke producten. Volgens de Europese Commissie zijn onder meer levensmiddelen, diervoeders en geneesmiddelen uitgezonderd. De verordening regelt vier dingen:
- Ecodesigneisen per productgroep, bijvoorbeeld voor duurzaamheid, repareerbaarheid, recyclebaarheid, gerecycleerd materiaal en milieuvoetafdruk.
- Het Digital Product Passport (DPP), een digitale identiteitskaart voor producten, componenten en materialen.
- Een verbod op het vernietigen van onverkochte kleding en schoenen.
- Openbaarmaking over onverkochte consumentenproducten. Grote en later ook middelgrote ondernemingen publiceren jaarlijks op hun website hoeveel onverkochte producten zij afdanken, met aantal, gewicht en reden.
Welke data en termijnen gelden?
| Moment | Wat | Status en bron |
|---|---|---|
| 18 juli 2024 | Inwerkingtreding ESPR | Bevestigd, Europese Commissie |
| 16 april 2025 | Eerste werkplan 2025 tot 2030 gepubliceerd | Bevestigd, Sidley |
| 19 juli 2026 | Vernietigingsverbod onverkochte kleding, kledingaccessoires en schoenen voor grote ondernemingen | Volgens Bluestone PIM; verbod zelf bevestigd door de Commissie |
| 19 juli 2026 | Centraal DPP-register moet operationeel zijn | Volgens Bluestone PIM |
| 2 maart 2027 | Gestandaardiseerd formaat voor de openbaarmaking over onverkochte producten | Volgens Bluestone PIM |
| 2026 (indicatief) | Gedelegeerde handeling ijzer en staal | Werkplan, nog niet bevestigd als vastgesteld |
| 2027 (indicatief) | Textiel en kleding, banden, aluminium; horizontale maatregel repareerbaarheid | Werkplan |
| 2028 en 2029 (indicatief) | Meubels (2028), matrassen en recyclebaarheid elektronica (2029) | Werkplan |
| 19 juli 2030 | Vernietigingsverbod en openbaarmaking ook voor middelgrote ondernemingen | Volgens Bluestone PIM |
Of de eerste gedelegeerde handelingen per 17 oktober 2026 al zijn vastgesteld, hebben wij niet in een primaire bron kunnen bevestigen. De jaartallen uit het werkplan zijn indicatieve vaststellingsdata. Volgens het overzicht van Bluestone PIM gaan de eisen van een handeling doorgaans pas ten minste 18 maanden na vaststelling gelden.
Wat betekent het vernietigingsverbod voor kleding en schoenen?
Grote ondernemingen mogen onverkochte kleding, kledingaccessoires en schoenen niet meer vernietigen. Volgens Sidley is de Commissie op dit moment niet van plan de lijst met producten onder het verbod uit te breiden.
Voor productdata heeft het verbod twee gevolgen. U moet per artikel kunnen aantonen wat er met onverkochte voorraad gebeurt: doorverkoop, donatie, hergebruik of recycling. En voor de jaarlijkse openbaarmaking hebt u aantallen en gewicht per product nodig. Gewicht per SKU is daarom geen optioneel logistiek veld meer. Zie voor de sectorkant PIM voor fashion.
Welke productdata hebt u nodig?
De exacte velden volgen pas uit de gedelegeerde handeling per productgroep. Een deel van de data is echter voor vrijwel elke groep nodig en kunt u nu al vastleggen. De tabel scheidt wat al geldt van wat u voorbereidt.
| Data | Waarvoor | Status | PIM-functie |
|---|---|---|---|
| Unieke productidentificatie (GTIN, model, partij) | DPP-koppeling | Voorbereiden | Verplicht identificatieveld, koppeling via GS1 Digital Link |
| Gewicht per SKU | Openbaarmaking onverkochte producten | Geldt voor grote ondernemingen | Getal met eenheid, verplicht |
| Bestemming onverkochte voorraad | Aantonen naleving vernietigingsverbod | Geldt voor kleding en schoenen | Vaak ERP of WMS, gekoppeld aan SKU |
| Materiaalsamenstelling | Ecodesigneisen, DPP | Voorbereiden | Gestructureerde lijst met percentages |
| Herkomst en fabrikantgegevens | DPP, ketentransparantie | Voorbereiden | Gekoppelde entiteit |
| Reparatie- en onderdeleninformatie | Repareerbaarheidseisen | Voorbereiden | Documentbeheer, productrelaties |
| Gerecycleerd aandeel | Ecodesigneisen | Voorbereiden | Percentage met bronvermelding |
| Versie en wijzigingshistorie | Bewijs per uitgegeven paspoort | Voorbereiden | Versiebeheer, audit trail |
Modelleer deze velden in een aparte attribuutgroep, zodat u ze per productfamilie verplicht kunt maken zodra een handeling van toepassing wordt. Zie een productdatamodel opzetten. Het DPP zelf behandelen wij in het Digital Product Passport en PIM.
Welke rol speelt het PIM bij het DPP?
Een DPP combineert data uit meerdere bronnen: PLM voor materialen en ontwerp, ERP voor productie en partijen, en PIM voor de consumentgerichte productinformatie. Het PIM-systeem is vaak de logische plek om de DPP-dataset samen te stellen en te publiceren, omdat het al meertalige, gevalideerde data per kanaal beheert. Voor de verdeling van data tussen deze systemen leest u PIM vs PLM.
Plan in elk geval drie functies: gestructureerde opslag van duurzaamheidsattributen, een koppeling naar een paspoortplatform of register, en versiebeheer per uitgegeven paspoort. Voor de lange termijn zie de toekomst van PIM.
Hoe bereidt u zich voor?
Omdat de handelingen per productgroep komen, verschilt de urgentie per assortiment. Een stappenplan dat voor de meeste organisaties werkt:
- Bepaal uw positie in het werkplan. Koppel elke productfamilie aan een groep uit het werkplan, zoals textiel, meubels of matrassen, en noteer het indicatieve jaar.
- Regel identificatie eerst. Zonder unieke identificatie per product of partij kunt u geen paspoort koppelen. Controleer of elk artikel een GTIN heeft en hoe u partijen of serienummers vastlegt.
- Leg de basisvelden vast. Gewicht, materiaalsamenstelling en herkomst zijn voor bijna elke groep nodig. Begin met de families die het eerst aan de beurt zijn.
- Betrek leveranciers. Materiaal- en herkomstdata komt meestal van toeleveranciers. Neem de velden op in uw aanleverspecificatie, met een termijn.
- Volg de publicaties. Stel iemand verantwoordelijk voor het volgen van conceptversies van gedelegeerde handelingen. In de consultatiefase ziet u al welke data gevraagd wordt.
Voor fashionbedrijven ligt de prioriteit nu al bij de vernietigingsregels en de openbaarmaking, omdat die voor grote ondernemingen gelden. Voor meubel- en matrassenfabrikanten is er meer tijd, maar de dataverzameling bij leveranciers kost vaak jaren.
Wie houdt in Nederland toezicht?
Welke Nederlandse toezichthouder de ESPR-eisen en het vernietigingsverbod handhaaft, hebben wij voor dit artikel niet in een primaire bron kunnen bevestigen. Controleer dat bij de Rijksoverheid voordat u erop bouwt.
Belangrijkste punten
- De ESPR, Verordening (EU) 2024/1781, is in werking sinds 18 juli 2024 en geldt voor bijna alle fysieke producten.
- Concrete producteisen en het DPP volgen per productgroep via gedelegeerde handelingen; of de eerste al zijn vastgesteld, is in dit artikel niet bevestigd.
- Het werkplan van 16 april 2025 noemt ijzer en staal (2026), textiel, banden en aluminium (2027), meubels (2028) en matrassen (2029).
- Het vernietigingsverbod voor onverkochte kleding en schoenen geldt sinds 19 juli 2026 voor grote ondernemingen en vanaf 19 juli 2030 voor middelgrote, volgens secundaire bron.
- Leg nu al identificatie, gewicht, materiaalsamenstelling en herkomst gestructureerd vast in een eigen attribuutgroep.
Veelgestelde vragen
Wat is de ESPR?
De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), Verordening (EU) 2024/1781, is de Europese kaderwet voor duurzame producten. Ze trad op 18 juli 2024 in werking, vervangt Richtlijn 2009/125/EG en breidt ecodesign uit van energiegerelateerde producten naar bijna alle fysieke producten. Levensmiddelen, diervoeders en geneesmiddelen zijn uitgezonderd. Ook het Digital Product Passport vindt in de ESPR zijn grondslag.
Sinds wanneer geldt het vernietigingsverbod voor onverkochte kleding?
Volgens het overzicht dat wij raadpleegden geldt het verbod op het vernietigen van onverkochte kleding, kledingaccessoires en schoenen sinds 19 juli 2026 voor grote ondernemingen, en vanaf 19 juli 2030 voor middelgrote. De Europese Commissie bevestigt het verbod zelf; de exacte data hebben wij niet in de verordeningstekst kunnen nalezen. Controleer artikel 25 van Verordening (EU) 2024/1781 voordat u erop bouwt.
Wanneer wordt het Digital Product Passport verplicht?
Het DPP heeft geen algemene startdatum. Het wordt verplicht per productgroep, zodra een gedelegeerde handeling voor die groep van toepassing wordt. Volgens het werkplan van 16 april 2025 staan ijzer en staal als eerste gepland (2026), gevolgd door textiel, banden en aluminium (2027). Toepassing volgt doorgaans pas enige tijd na vaststelling van de handeling.
Welke productgroepen staan in het ESPR-werkplan?
Het eerste werkplan voor 2025 tot 2030, gepubliceerd op 16 april 2025, noemt als eindproducten textiel en kleding (2027), banden (2027), meubels (2028) en matrassen (2029), en als tussenproducten ijzer en staal (2026) en aluminium (2027). Daarnaast staan horizontale maatregelen voor repareerbaarheid (2027) en voor recyclebaarheid en gerecycleerd materiaal in elektrische en elektronische apparatuur (2029).